Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord
Gepubliceerd op 30 augustus 2025

Afgelopen periode heeft BPL een risicopreferentie-onderzoek uitgevoerd. In dit artikel geven wij terugkoppeling over de resultaten van dit onderzoek.

Het doel van het onderzoek is de risicohouding en het risicodraagvlak van de pensioengerechtigden en (gewezen) deelnemers van BPL op te halen om daarmee de kaders vast te stellen voor het beleid van BPL onder de solidaire premieregeling. Daarbij worden ook de risicomaatstaven, de lifecycle (indicatief) en gewenste uitkeringseigenschappen afgeleid voor de gemiddelde (ex-)loods. Het bestuur gebruikt deze uitkomsten om, waar nodig, het beleggingsbeleid aan te passen.

We nemen u graag mee in de uitkomsten. Het volledige rapport treft u hier.

Uitkomsten kwalitatieve vragen

  1. De ruime meerderheid (98%) van de deelnemers geeft aan sterk afhankelijk te zijn van het BPL pensioen. Voor de jongere deelnemers ligt dit wat lager dan bij de oudere deelnemers;
  2. Het merendeel (54%) van de deelnemers geeft aan meer dan 65% van zijn gehele netto-inkomen nodig te hebben om rond te kunnen komen wanneer zij met pensioen zijn;
  3. Op totaalniveau geeft 13% van de deelnemers aan een forse daling van het pensioen inclusief de AOW niet op te kunnen vangen;
  4. Op totaalniveau geeft 65% van de deelnemers aan dat zij met een daling van 20% van hun pensioenpot nog rond kunnen komen;
  5. Op totaalniveau is er een duidelijke voorkeur voor een pensioen dat ieder jaar wat meer stijgt of daalt (74%). De deelnemers geven hiermee duidelijk de voorkeur aan een pensioen met behoud van koopkracht en accepteren daarbij mogelijke dalingen van het pensioen;
  6. De meeste deelnemers (75%) zouden het liefst een beetje of een gemiddeld risico nemen bij het beleggen van hun pensioengeld.

Uitkomsten kwantitatieve vragen

  1. Deelnemers konden in het onderzoek kiezen voor een risicopreferentie op een schaal van 1 (heel weinig risico) en 6 (veel risico). De totaalscore komt uit op 3,9 en is daarmee bovengemiddeld en hoger dan de gemiddelde score uit het risicopreferentie onderzoek van 2022;
  2. Het verwachte pensioen werd veelal als leidend gezien bij het maken van de keuze (36%). Ook keken veel deelnemers naar het pensioen als het tegenzit (34%);
  3. Op totaalniveau is te zien dat de deelnemers gemiddeld zo’n 6,0% schommeling van de pensioenuitkering accepteren;
  4. De deelnemers wensen niet meer (of minder) risico te nemen om hun koopkracht te verbeteren (of versoberen);
  5. Op totaalniveau vindt 37% van de deelnemers dat het BPL (iets) meer risico mag nemen omdat er een reserve is die ervoor zorgt dat we dalingen van de pensioenen van de gepensioneerden zo veel mogelijk worden voorkomen.

Onderzoek verantwoording
BPL kent een populatie omvang van 1.378 deelnemers (incl. gewezen deelnemers en pensioengerechtigden). Daarvan hebben 384 het onderzoek volledig ingevuld.

  • Dit geeft een totale respons rate van ongeveer 28% (voor actieven 29% en pensioengerechtigden 27%);
  • Het aantal respondenten dat de vragenlijst heeft ingevuld zorgt voor een representatieve weergave van de gehele populatie;
  • Het onderzoek bestond uit een enquête met (maximaal) 20 vragen. De vragen richten zich (kwalitatief en kwantitatief) op de risicohouding, risicodraagkracht en risicopreferenties van de belanghebbenden.

Volgens de beleidscyclus van BPL zal over drie jaar het volgende risicopreferentie-onderzoek worden uitgevoerd.